Redigeren tijdens het schrijven

Redigeer, nu! Wie luistert daar nu naar? Maar aan het eind van je boek zal je jezelf dit in je hoofd wel toe moeten schreeuwen, want hoewel niemand houdt van redigeren: het moet toch gebeuren. En die ene gelukkige die daar wel van houdt, behoort tot een fantastische genenpoel. Dat niemand in een keer een perfect manuscript neerpent weten we allemaal wel, maar in plaats van zulke vage statements neer te zetten wil ik het vandaag met je hebben over redigeren tijdens het schrijven. Ik geloof namelijk dat het weinig energie en tijd opslokt, maar je heel veel tijd en moeite bespaart als je aan het “echte” redactie proces toe bent.

Even voor de duidelijkheid: redigeren kan nooit kwaad. Je denkt misschien dat het onnodig is als je het naar een uitgever stuurt, maar alle beetjes helpen (en dit is een groot beetje). Uitgeverijen nemen eerder iets aan als het netjes gepresenteerd wordt en de afwezigheid van veel fouten zal zeker opgemerkt worden. Persoonlijk vind ik het daarnaast ook gewoon fijn om 100% achter mijn creatie te staan, te weten dat ik alles gedaan heb wat ik eraan kon doen. Dat helpt ook weer bij het verkopen als het eenmaal uitgegeven is.

Dus, wat kan jij tijdens het schrijven doen om het redigeren aan het eind van je manuscript makkelijker te maken?

1) Erop letten dat je 1 tijdsvorm kiest en daar consistent in bent (verleden tijd of tegenwoordige tijd).

2) Dialoog hardop voorlezen. Dan hoor je vanzelf of het raar klinkt en of het echt iets is wat je personage zou zeggen.

3) Stopwoordjes vermijden. Dit kunnen tussenwerpsels zijn die je vaak gebruikt of andere woorden die storen als je ze te vaak leest. Deze kunnen specifiek zijn aan je schrijfstijl of aan het thema waar je over schrijft. Voorbeelden waar ik voor moet opletten: wel, magie, uitverkorene, wereld, grijnzen, glimlachen. Woorden die niet standaard veel worden gebruikt (zoals “zijn” en “en”) kunnen hun kracht verliezen als het te vaak in een boek staat. Maak een lijst van woorden die jij (te vaak) gebruikt en elke keer als je het woord schrijft en er aan denkt, vraag je dan eens af of het hier absoluut noodzakelijk is en of je er geen synoniem voor kan vinden. Het is ook handig het aan iemand te laten lezen en hen te vragen of er woorden zijn die hen herhaaldelijk opvallen.

4) Twijfels meteen oplossen. Weet je niet of een woord aan elkaar moet, of het een zwak of sterk werkwoord is en of er wel of geen tussen-n is? Zoek het meteen op, of maak er een aantekening van het op te zoeken als je op dat moment geen internet hebt. Dit scheelt echt heel veel tijd later.

5) Maak een overzicht van je verhaallijn (liefst ook een tijdlijn) en werk het bij op het moment dat je iets verandert. Niets is vervelender dan de hele tijd afvragen hoe je dit eerder gedaan hebt en waar je ook alweer naartoe wilde. Het allerergste: de draad kwijt zijn bij redigeren. Je bent dan niet in de gedachtegang van toen je het schreef, dus er kan veel mis gaan.

Welk van deze vijf tips gaat jou helpen bij het redigeren? En wat vind jij ervan om dit tijdens het schrijven al te doen? Zou jij dit doen of wacht je liever tot het “echte” redigeren?

Laat me weten in een reactie wat jij de komende twee maanden het hardst nodig hebt, dan schrijf ik er een blog over!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.